Algemeen
Het lage tarief overdrachtsbelasting en het hoofdverblijfvereiste
Donderdag 16 april 2026
Bron
Gerechtshof 's-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:181 | 27-01-2026
Kopers van een woning mogen gebruik maken van het lage tarief van 2% overdrachtsbelasting, mits zij de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Dit bedoeld om duurzame bewoning te stimuleren en biedt ruimte voor persoonlijke omstandigheden.
Onvoorziene omstandigheden: strikte maar duidelijke kaders
De wetgever heeft rekening gehouden met situaties waarin onvoorziene omstandigheden het bewonen van de woning als hoofdverblijf verhinderen. Voorbeelden hiervan zijn overlijden, echtscheiding, wisseling van baan, of emigratie. In deze gevallen blijft het verlaagde tarief van toepassing, ook als de woning niet daadwerkelijk wordt bewoond. Dit biedt kopers een vangnet wanneer zij door overmacht hun plannen moeten wijzigen.
Maar de wetgever heeft willen voorkomen dat het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting te gemakkelijk wordt toegepast door partijen die woningen slechts voor handels- of beleggingsdoeleinden kopen. Daarom worden de regels strikt toegepast.
Als kopers besluiten om een woning niet te betrekken, omdat zij in de tussentijd een andere (mooiere) woning hebben gevonden, dan is volgens de rechtbank geen sprake van een onvoorziene omstandigheid. De inspecteur mag in dat geval het reguliere tarief toepassen.
Conclusie
De regeling rondom het verlaagde tarief is ontworpen om kopers die daadwerkelijk een woning als hoofdverblijf willen gebruiken, te ondersteunen. De wet biedt ruimte voor persoonlijke en onvoorziene situaties, maar het vinden van een mooiere woning wordt niet als een onvoorziene omstandigheid gezien.