Algemeen

Gerechtshof Amsterdam: Uber-chauffeurs zijn geen werknemers, maar zelfstandige ondernemers

Maandag 9 februari 2026

Het Gerechtshof Amsterdam heeft een belangrijke uitspraak gedaan over de positie van Uberchauffeurs. In hoger beroep oordeelde het hof dat zij niet automatisch als werknemers kunnen worden aangemerkt, maar in deze zaak gelden als zelfstandige ondernemers. Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor zzp’ers en de beoordeling van arbeidsrelaties.

Bron

| Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:163 | 09-02-2026

Cover voor Gerechtshof Amsterdam: Uber-chauffeurs zijn geen werknemers, maar zelfstandige ondernemers

Uitspraak in hoger beroep

Het Gerechtshof Amsterdam heeft recent geoordeeld dat de zes Uber-chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber procedeerden, zelfstandig ondernemer zijn en géén werknemer. De vorderingen van FNV om alle Uber-chauffeurs als werknemer aan te merken, zijn afgewezen. Het hof baseert dit oordeel op factoren zoals de investeringen die chauffeurs doen (bijvoorbeeld voor hun auto), de vrijheid om werktijden te bepalen, de mogelijkheid om ritten te accepteren of te weigeren, en het dragen van ondernemersrisico’s zoals aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

 

Mogelijkheid van arbeidsovereenkomst blijft bestaan

Het hof benadrukt dat het mogelijk is dat individuele Uber-chauffeurs wél op basis van een arbeidsovereenkomst werken. In deze procedure kon het hof echter niet vaststellen dat dit gold voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs, vanwege uiteenlopende omstandigheden.

 

Prejudiciële vragen en Deliveroo-arrest

Het hof stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van arbeidsrelaties. De Hoge Raad bevestigde in het Deliveroo-arrest dat alle relevante omstandigheden in samenhang moeten worden beoordeeld, zonder rangorde. De rechter kan geen algemeen oordeel geven als de omstandigheden per persoon of groep te veel verschillen. Alleen als de situatie voldoende overeenkomt, kan een collectief oordeel worden gegeven.

 

Conclusies voor zzp’ers

Deze uitspraak bevestigt dat de kwalificatie als werknemer of ondernemer afhangt van de feitelijke omstandigheden. Voor zzp’ers betekent dit dat ondernemerschap niet alleen wordt bepaald door de aard van het werk, maar ook door investeringen, vrijheid in de bedrijfsvoering en het dragen van risico’s. De rechter zal per geval of per homogene groep beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst of zelfstandig ondernemerschap. Een collectieve kwalificatie is alleen mogelijk als de omstandigheden voldoende overeenkomen.

Bron: | Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:163 | 09-02-2026